Vandaag wandel ik voor de allerlaatste keer naar mijn geboortehuis.
De huissleutel in mijn hand.
Straks lever ik hem in.
Een jong stel.
Een nieuw begin.
Het is het huis waar ik ben geboren.
Waar papa mijn meisjesbed timmerde.
Waar mama altijd thuis was, met een glaasje ranja en een speculaasje.
Waar iedereen welkom was.
Een komen en gaan van vriendjes, vriendinnetjes, logeetjes, speelmaatjes.
Een zoete inval.
Waar ik leerde lopen, fietsen
Een warme, liefdevolle en fijne jeugd heb gehad
En ik voelde me daar veilig. Thuis.
Tot mijn ouders uit elkaar gingen.
Ik was twintig toen.
Ik vertrok.
Papa bleef.
En hij woonde daar nog jarenlang met zijn tweede vrouw.
Gelukkig. Echt gelukkig.
Tot hij drie jaar geleden, op de elfde van de elfde, overleed.
Zijn urn gaat nu mee met haar.
Voor het eerst in zijn leven verlaat hij Brabant.
En ik…
Ik neem afscheid van waar ik ben geboren
en waar papa is doodgegaan.
En ineens doet het me meer dan ik dacht.
Veel meer.
Dag huis.
Dag pap.
Dank je wel voor alles.
Wat blijft zijn de mooie herinneringen.
